28.5.08
20.5.08
Coffee = Good

Coffee may cut the risk of dementia by blocking the damage cholesterol can inflict on the body, research suggests.
The drink has already been linked to a lower risk of Alzheimer's Disease, and a study by a US team for the Journal of Neuroinflammation may explain why.
A vital barrier between the brain and the main blood supply of rabbits fed a fat-rich diet was protected in those given a caffeine supplement. UK experts said it was the "best evidence yet" of coffee's benefits. The "blood brain barrier" is a filter which protects the central nervous system from potentially harmful chemicals carried around in the rest of the bloodstream. Other studies have shown that high levels of cholesterol in the blood can make this barrier "leaky". Alzheimer's researchers suggest this makes the brain vulnerable to damage which can trigger or contribute to the condition.
The University of North Dakota study used the equivalent to just one daily cup of coffee in their experiments on rabbits. After 12 weeks of a high-cholesterol diet, the blood brain barrier in those given caffeine was far more intact than in those given no caffeine.
'Safe drug'
"Caffeine appears to block several of the disruptive effects of cholesterol that make the blood-brain barrier leaky," said Dr Jonathan Geiger, who led the study. "High levels of cholesterol are a risk factor for Alzheimer's disease, perhaps by compromising the protective nature of the blood brain barrier. "Caffeine is a safe and readily available drug and its ability to stabilise the blood brain barrier means it could have an important part to play in therapies against neurological disorders."
A spokesman for the Alzheimer's Society said that the barrier seemed to work less efficiently in people who went on to develop Alzheimer's or suffer strokes, and the cholesterol link might explain this. "This is the best evidence yet that caffeine equivalent to one cup of coffee a day can help protect the brain against cholesterol. "In addition to its effect on the vascular system, elevated cholesterol levels also cause problems with the blood brain barrier."
- BBC News -
17.5.08
Calimero
Af en toe stuurt de Raad van Europa een missie op ons af. Zwitsers, Serviërs of Bretoenen komen een dag of twee op bezoek en schrijven een rapport over de toestand van de democratie en het bestuur bij ons. De Raad van Europa telt haast vijftig leden, waaronder landen met een twijfelachtige democratische reputatie, zoals Rusland. Deze club mag niet verward worden met de Europese Unie, die krachtige wetten maakt en bevelen geeft die we niet mogen negeren.
Standpunten van de Raad van Europa kunnen we echter verticaal klasseren zonder dat er sancties komen. Dat relativeert misschien de belevenissen van de voorbije dagen.
Waarnemers van de Raad van Europa hebben niet altijd een sterke reputatie. De observatoren kennen ons land niet, zo wordt gezegd. Ze weten dat hier veel pralines worden verkocht en kunnen Manneke Pis lokaliseren, alsmede het Atomium. Maar hun historische bagage zou beperkt zijn en goeddeels afkomstig uit Franstalige kranten. De teneur van hun bevindingen lag dan ook voor de hand, maar hun vingerwijzing heeft amper directe gevolgen. De kans is betrekkelijk klein dat de internationale gemeenschap gevechtshelikopters naar Linkebeek stuurt om er de burgemeester met geweld te installeren, waarna blauwhelmen zullen toekijken op het naleven van de avondklok .
Is het een uiting van arrogantie als er vanuit internationale organisaties commentaar wordt geleverd op ons land, zoals in de Vlaamse pers te lezen viel? Dat oordeel is afhankelijk van de lengte van onze tenen. Ook wij hebben onze visie over de democratie in andere landen en zeggen daar wel eens ons gedacht over, vaak evenmin gehinderd door kennis van zaken. Het is moeilijk om te verbieden dat men zich elders in de wereld een mening vormt over wat er zich bij ons afspeelt.
De ervaring met de Raad van Europa leert in elk geval dat de Vlaamse verdedigingslijn weinig indruk maakt. We benoemen de burgemeesters niet omdat ze de wet hebben overtreden, zegt de Vlaamse regering. Waarom niet? Daarom niet! Omdat de juffrouw het zegt. Omdat het de wet is. Met zulke kleuterargumenten kan mogelijk nog een klas met driejarigen overtuigd worden, maar niet de internationale gemeenschap. Misschien deugt de wet simpelweg niet. Het Zuid-Afrikaanse apartheidsregime lag eveneens bij wet vast. Als een zwarte langs de verkeerde kant op de bus stapte of op een blank strand ging liggen, overtrad hij de wet. Toen andere landen protesteerden, zei de Zuid-Afrikaanse regering trouwens ook dat de internationale gemeenschap arrogant was en dringend meer begrip mocht tonen voor de specifieke omstandigheden en de historische achtergrond van het regime. Per slot van rekening, zo klinkt het bij de Vlaamse regering, hebben die burgemeesters het zelf gezocht. Ze hebben toegelaten dat er Frans werd gesproken in een dorp met vooral Franstaligen. En ze hebben gemeentelijke brieven in het Frans verstuurd, naar Franstaligen dan nog. Foei!
Uit de eerste reacties aan Vlaamse zijde leren we alvast dat we ons wat meer in ons grote gelijk moeten wentelen. Omdat we niet willen dat ons imago naar de knoppen gaat, zullen we het voortaan wel beter uitleggen. Met een meertalige imagocampagne en een voorlichtingsambtenaar die bij voorkeur Bretoens en Servisch spreekt, zullen we trachten om prettiger in het nieuws te komen. Tijdens wielerwedstrijden delen we nog wat meer Vlaamse Leeuwen uit en het is in elk geval de laatste keer dat we iemand naar het Songfestival sturen die weigert in het Nederlands te zingen. We kunnen ook lid worden van de zelfhulpgroep voor de zielige, onbegrepen landen en volkeren, waar we plaats nemen naast Birma, Iran en Noord-Korea.
Gelukkig begrijpt Geert Wilders ons nog. Dat de boze wereld ons niet verstaat, zal in elk geval geen reden zijn om even aan zelfreflectie te doen. Of om ons de vraag te stellen of er geen redelijke argumenten zijn om de situatie in de Brusselse rand meer onbevangen te bekijken.
Een jaar lang al kruipt haast alle politieke energie in dit land, aan beide zijden van de taalgrens, in het uitbouwen van loopgraven. Thema's die er echt toe doen, komen hooguit in de marge aan bod.
Rapporteurs van de Raad van Europa of journalisten van The Herald Tribune kijken van op verre afstand toe en missen de details op het terrein. Maar ze hebben misschien een beter zicht op het slagveld dan wijzelf vanuit de loopgraven. Die zijn intussen zodanig diep, dat we nog nauwelijks over de rand kunnen kijken.
De Morgen - 16 mei 2008
16.5.08
De lange tenen van George Forrest
16 mei 2008 (MO) - De Rechtbank van Eerste Aanleg in Brussel heeft de knoop doorgehakt in de zaak Forrest tegen John Vandaele en MO*/vzw Wereldmedahuis. Aanleiding voor de rechtszaak, die George Forrest aanspande, was een dossier dat in maart 2006 verscheen, waarin de impact onderzocht werd van enkele grote contracten die onder meer Forrest nog net voor de Congolese verkiezingen heeft afgesloten. Het vonnis verwerpt de klacht van Forrest tegen het artikel, maar bevat ook slecht nieuws: Wereldmediahuis wordt veroordeeld tot het betalen van één euro symbolische schadevergoeding voor het publiceren van een cartoon van Forrest op de cover. John Vandaele en Gie Goris geven hun mening over het vonnis.
Pierre Chevalier heeft de vaderlandse aandacht nog eens vierkant op de mijnbouwactiviteiten van de groep rond George Forrest gevestigd, al was dat duidelijk niet zijn bedoeling. Over het gebrek aan politiek inschattingsvermogen en moreel aanvoelen van de man uit Brugge/Lubumbashi is intussen genoeg inkt gevloeid en het is een goede zaak dat de Belgische politiek deze ballast geloosd heeft. Intussen blijft de Forrest Groep buiten schot –zoals wel vaker het geval is.
“Goed bestuur” is in het discours van deze tijd immers een eenzijdige verantwoordelijkheid van de politiek, al houdt het bedrijfsleven zich wel het recht voor het geknoei van de democratie te beoordelen. Wanneer het bedrijfsleven zelf op zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid gewezen wordt, blijkt het nogal eens overgevoelig te reageren. En weinig bedrijfsleiders hebben zulke lange tenen als George Forrest, daarvan kan menig Belgisch journalist getuigen. Ook op de Chevalier-episode reageerde Forrest met de mededeling dat het taalgebruik in de berichtgeving schadelijk was voor zijn reputatie.
MO* magazine publiceerde in maart 2006 een dossier, geschreven door John Vandaele, over de vraag waarom de Democratische Republiek Congo er maar niet in slaagt zijn immense bodemrijkdommen te verzilveren in economische groei en stijgende welvaart voor zijn burgers. Het dossier verscheen onder de titel Congo vergooit zijn kroonjuwelen en onderzocht de impact van enkele grote contracten die onder meer George Forrest nog net voor de eerste democratische verkiezingen in 2006 heeft afsloten. Op de cover van dat nummer zetten we een cartoon die de wervende verwijzing naar het dossier –George Forrest: Koper-Koning van Congo– moest illustreren. Iedereen die de handel en wandel van de heer Forrest volgde, voorspelde dat we binnen de kortste keren een proces aan onze mediabroek zouden hebben. Ze hadden gelijk.
Forrest eiste schadevergoeding voor zowel het “leugenachtig” artikel als voor de “kwetsende” cartoon op de cover. Het geëiste bedrag was in eerste instantie tweemaal 100.000 euro, die door de zakenman besteed zouden worden aan ontwikkelingsprojecten. Die eis werd later ‘afgezwakt’ tot tweemaal 50.000 euro. Het is duidelijk dat een dergelijke vordering op zichzelf al een intimiderend karakter kan hebben en erop gericht kan zijn om al te kritische journalistiek in verband met de Forrest Groep het zwijgen op te leggen.
Twee jaar lang sleepte het proces aan, tot de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brussel op 25 april eindelijk de knoop doorhakte in de zaak Forrest tegen J. Vandaele en MO*/vzw Wereldmediahuis. Het goede nieuws aan dat vonnis is heel goed nieuws: de klacht tegen het artikel werd door de rechtbank verworpen. De rechtbank meent inderdaad dat de journalist geen enkele fout heeft begaan door het artikel te schrijven en dat de journalist zich niet onzorgvuldig heeft gedragen. De rechtbank noemt het artikel kritisch, geëngageerd "doch evenwichtig", gesteund op "tal van bronnen, zowel van nationale als van internationale aard, zowel van openbare overheden als van ngo's", waarbij deze bronnen "ook telkens duidelijk vermeld" werden.
George Forrest wordt eraan herinnerd dat gefundeerde en goed onderbouwde kritiek tot de geplogendheden van een democratische samenleving behoren, ook al zint het de geadresseerde niet. De rechter wijst de heer Forrest er ook fijntjes op dat hij niet de enige is die kritisch benaderd wordt én dat het artikel ook positieve aspecten, zoals degelijke betaling van de arbeiders, vermeldt. Ten slotte erkent de rechter de legitimiteit van geëngageerde journalistiek die bepaalde maatschappelijke mistoestanden aan de kaak wil stellen. Het vonnis geeft nog mee dat Forrest, “als grote, Belgische industrieel die vaak in opspraak komt” dit soort artikels in gespecialiseerde media moet gedogen. Als klap op de vuurpijl moet Forrest ook nog de rechtsplegingsvergoeding aan John Vandaele en aan MO*/vzw Wereldmediahuis betalen.
Het vonnis bevat echter ook slecht nieuws. Wereldmediahuis wordt veroordeeld tot het betalen van één euro symbolische schadevergoeding aan George Forrest voor het publiceren van de cartoon op de cover. De rechter aanvaardt daardoor de claim van George Forrest dat een afbeelding van hem met luipaardmuts “onnodig kwetsend, beledigend en lasterlijk” is, in plaats van “een knipoog”, “humoristisch” en met “enige overdrijving die eigen is aan satire”, zoals gepleit door Wereldmediahuis.
Navraag bij professionele producenten van cartoons en spotprenten leerde ons dat zelfs uitermate schokkende prenten in België de voorbije jaren niet tot vervolging laat staan tot veroordeling leidden. Iedereen die zich op het publieke forum begeeft, beseft blijkbaar dat er niet enkel applaus maar ook kritiek en zelfs spot verwacht mag worden. Iedereen, behalve onze man in Lubumbashi. Die kritiek, stelt de Europese rechtspraak sinds 1976, mag zelfs “beledigen, schokken of storen”. Spotprenten, satire met en karikaturen van publieke personen kunnen rekenen op een bijzonder verregaande bescherming van de persvrijheid.
De veroordeling van MO*/vzw Wereldmediahuis voor deze spotprent, als illustratie bij een artikel waarin Forrest als groot-industrieel actief in Congo in de kijker wordt geplaatst, staat helemaal haaks op de basisprincipes inzake het recht op kritiek op publieke personen en hun maatschappelijke verantwoordelijkheden.
De rechtbank heeft met dit vonnis een dubbele boodschap afgeleverd. Enerzijds een opsteker voor degelijke, kritische journalistiek, anderzijds een veroordeling voor een genre dat leeft bij de gratie van overdrijving en spotternij. Forrest kan dit tweede deel van het vonnis gaan gebruiken als een precedent om iedereen die hem of zijn handelswijze hekelt aan te klagen. En niet alleen George Forrest zal dit arrest opmerken.
Elke politicus, hoge ambtenaar of bedrijfsleider die zich wel eens gegriefd voelt wanneer hij of zij opgevoerd wordt in satirische prenten, columns of programma’s zou dit vonnis als een precedent en dus als rechtsgrond voor eigen processen kunnen beschouwen. De procedeerdrift van George Forrest zal niet afgeschrikt worden door de veroordeling tot het betalen van de gerechtskosten in ons proces, ze dreigt eerder gestimuleerd te worden door een bijzonder conservatieve en restrictieve interpretatie van de rechtbank in verband met de betwiste cartoon op de cover van MO*.
De gevolgen zijn evenwel nog breder. Door iedereen die ook maar iets negatiefs publiceert over zijn zakenimperium - hoe gefundeerd ook - meteen voor de rechtbank te dagen, voert Forrest een keiharde intimidatiepolitiek. De hoop is wellicht dat de dreigende schadeclaims leiden tot een aarzeling bij journalisten en media om nog negatieve dingen over de Forrestgroep te publiceren en dus, bij uitbreiding, tot een beperking van de persvrijheid tegenover gefortuneerde mensen met lange tenen. Het lijkt ons waarschijnlijk dat dit effect nu al speelt als het om Forrest gaat. Nochtans mogen rechtsstaat en rechtsspraak, indien ze rechtvaardig willen blijven, niet toelaten dat de verschillen in financiële middelen onder de mensen leiden tot ongelijkheid in rechten. Vraag is dan ook of een rechtbank dat risico niet pro-actiever moet bestrijden.
John Vandaele en Gie Goris, MO*
.png)



